Een goed verhaal raakt je aan

De onthulling van het Watergate-schandaal, nu veertig jaar geleden, heeft de journalistiek voorgoed veranderd. Hele generaties verslaggevers lieten zich inspireren door All the president’s men. Waar staat de Nederlandse onderzoeksjournalistiek nu? En wat zijn de tien beste voorbeelden?

bron: Dagblad van het Noorden

Dustin Hoffman en Robert Red- ford als Carl Bernstein en Bob Wood- ward in All the President’s men.

Dustin Hoffman en Robert Redford als Carl Bernstein en Bob Woodward in All the President’s men.

Het begon in de nacht van 17 juni 1972 met een knullige inbraak van vijf mannen in het Watergategebouw, hoog boven de Potomacrivier, aan de rand van Washington. En het eindigde met de val van de Amerikaanse president Richard Nixon. Die moest aftreden omdat hij illegale trucs voor zijn herverkiezing had gebruikt en het politieke schandaal vervolgens probeerde weg te moffelen. In de tussenliggende maanden vonden Bob Woodward en Carl Bernstein met hun onthullingen over Watergate de moderne onderzoeksjournalistiek uit.

“Het was een wereldschokkende primeur”, zegt Jeroen Smit, de nieuwe hoogleraar journalistiek in Groningen en zelf schrijver van onthullende boeken over Ahold en de ondergang van ABN Amro. Van dat laatste, De Prooi, werden meer dan een kwart miljoen exemplaren verkocht. ’Watergate’ – verfilmd met Robert Redford en Dustin Hoffman in de hoofdrollen – markeert ook voor Smit het begin van een tijdperk. Smerige politieke trucs. Een doofpot. Een geheime bron – ’deep throat’ – die alles weet. En de krant die het aan de kaak stelt.

Voor hele generaties was All the president’s men, zoals de film heette, de reden om bij een krant te willen werken. Niet dat er eerder geen journalistiek onderzoek werd gedaan, maar Watergate werd het klassieke voorbeeld. Zo doe je dat. Smit: “Met Watergate brachten journalisten de belangrijkste man ter wereld ten val. Dat is de kroon, het ultieme. Controle van de macht is een belangrijke rol van journalisten. Make them tremble. Mensen met macht moeten weten dat er journalisten zijn die hun gangen nagaan.”

Smit gelooft dat onderzoeksjournalistiek voor kranten, veertig jaar nadat de Washington Post geschiedenis schreef met Watergate, belangrijker is dan ooit. Smit heeft het dan niet alleen over die ene krakende scoop, het resultaat van maandenlang minutieus spitwerk. Een grondig profiel van een politicus valt ook binnen Smits definitie, net als een spannend opgeschreven, tot in de kleinste details uitgewerkte reconstructie zoals Dagblad van het Noorden die bijvoorbeeld maakte over de ’watersnood’ van begin dit jaar.

Smit: “Er is nieuws dat op journalisten afkomt, nieuws dat er toch wel is. En nieuws dat journalisten zelf in gang zetten. Door iets uit te zoeken. Aan dat laatste type nieuws zal steeds meer behoefte zijn, omdat de wereld complexer wordt en de lezer om duiding vraagt: wat moet ik hier nou van vinden, hoe zit het echt met de kosten in de zorg? De krant en de radio zijn minder dan vroeger het doorgeefluik van gewoon nieuws; dat komt toch wel bij de lezer.”

Smit ziet ook grote kranten als de Volkskrant worstelen met hun rol. Moeten ze het ’gewone’ nieuws brengen, of dat nieuws uitleggen en uitspitten? “NRC had laatst een verhaal over een arts die provocerende vragen stelde bij het feit dat we allemaal ouder worden; moeten we ouderen altijd maar blijven behandelen, of houdt dat een keer op, en wat doet het met de zorgkosten?”

Die verhalen, zegt Smit, blijven hem bij. “Dat is een kenmerk van goede onderzoeksjournalistiek. Je onthoudt het, het raakt je aan. En dan teken je de acceptgiro weer als die binnenkomt.” Volgens de Groningse hoogleraar vereist het betere tegels lichten dat journalisten echt van de hoed en de rand weten. “Ze moeten zich specialiseren. En dus niet meer om de vijf jaar rouleren, van de sportredactie naar economie en terug. Dat houdt ze fris, werd er gezegd. Ik snap dat wel, maar een journalist heeft kennis en ervaring nodig om met zelfvertrouwen te schrijven. De kunst is dat je ook na twintig jaar nog onbevangen blijft.”

Dat zelfvertrouwen, zegt Smit, is nodig om te kunnen vertéllen. Om een verhaal zo overtuigend op te schrijven dat het leest als een spannend boek. Smit: “Een ingewikkeld verhaal boeiend vertellen lukt alleen als je niet bang bent voor het onderwerp, als je keuzes durft te maken. Dan durf je dingen weg te laten en op te schrijven dat de zon scheen toen je hoofdrolspeler wegscheurde in een BMW uit de 7-serie.”

Verhalen vertellen, bedoelt Smit, meeslepend vertellen dus, is even hard nodig als goed onderzoek. “Maar ik wil wel dat het klopt wat er staat.” Zo beschreef hij hoe de toenmalige topman van ABN Amro, Rijkman Groenink, tijdens een jachtpartij zowat zijn rechterarm eraf schoot. In tientallen interviews die Smit voerde, werd telkens met “een mengeling van respect en verwijt” over Groenink gesproken, en dat respect verdiende de bankier door na zijn jachtongeluk meteen weer aan het werk te gaan. De anekdote typeert Groenink en is tegelijkertijd het beeld voor ABN Amro, de bank die als jager op andere banken eerst de wereld wil veroveren, maar zelf een opgejaagde prooi wordt.

Hoewel Smit optimistisch is over de toekomst van de journalistiek, vindt hij ook dat kranten radicaler moeten kiezen voor onderzoek. “Kranten kunnen dunner. Ze hoeven niet meer alles te ’hebben’. En kunnen zo denkcapaciteit vrijmaken om dingen uit te zoeken en verhalen te vertellen. Dat gebeurt al, maar moet nog een stuk meer. Wat ik mis? Het verhaal over hoe Wilders de stekker uit het Catshuisoverleg trok, bijvoorbeeld. Ik neem aan dat daar journalisten voor zijn vrijgemaakt. Ik hoop binnenkort die verhalen te lezen.”

’Google gewoon smeergeld’

Hoe Watergate onthuld zou zijn in tijden van internet? “Je googlet gewoon op Nixon en geheim smeergeldfonds en dan vind je het wel”, zeiden studenten journalistiek onlangs, tot verbijstering van Bob Woodward. Ze dachten, zei Carl Bernstein, dat internet een toverlantaarn was en dat niemand de president überhaupt nog zou geloven; bloggers en twitteraars zouden hem ontmaskeren en binnen een week naar huis sturen.

Woodward (69) is nog altijd een van de bekendste journalisten in de Verenigde Staten. Hij schreef onthullende boeken over de Amerikaanse regering en de oorlogen in Afghanistan en Irak. Carl Bernstein (68) gaf les en sloot zijn loopbaan af bij de Washington Post. Beiden zijn ervan overtuigd dat internet nuttig kan zijn voor journalistiek, maar die niet kan vervangen. “De waarheid is er niet. Die zit bij mensen. Menselijke bronnen.”

Canon

Deze canon van de onderzoeksjournalistiek bevat de beste, meest onthullende verhalen die de afgelopen veertig jaar in Nederland zijn geschreven. Volgens ons dan. Het is de keuze van Dagblad van het Noorden, en dus hebben we Groningen en Drenthe of de voorlopers van onze krant – met name het Nieuwsblad van het Noorden – niet tekort gedaan. Van de andere kant: geruchtmakende artikelen als het profiel van burgemeester Peter Rehwinkel, waarmee Jantina Russchen de Groninger Persprijs won, of de verhalen over misstanden in de jacht, waarmee Bas van Sluis en Mick van Wely een nominatie verdienden voor de nationale persprijzen (de ’Tegels’), hebben we niet opgenomen in de canon. Ze zijn nog te vers. De tijd zal leren of ze in de canon thuis horen.
Wat moeten we onderzoeken?

Sinds meer dan een jaar heeft Dagblad van het Noorden vier verslaggevers bijna geheel vrijgemaakt voor onderzoek. We willen tegels lichten en misstanden blootleggen. En de tijd nemen om toonaangevende politici of zakenmensen te portretteren. Of diep in ingewikkelde regelgeving duiken die de burgers allemaal aangaat, maar zo onbegrijpelijk is dat het ze ten onrechte geld kost. De pers heeft van oudsher de opdracht de macht te controleren. DvhN moet dat in het Noorden doen. Dat is goed voor de lezers en goed voor de krant: wij willen verhalen vertellen die u nergens anders leest, omdat verder niemand de tijd neemt ze grondig uit te zoeken. Waar die artikelen over moeten gaan, wat wij moeten onderzoeken, mag u als lezer zeggen. Ideeën of tips? Mail ons op [email protected]

Het beste uit 40 jaar onderzoeksjournalistiek

1976De Lockheedaffaire, Geert-Jan Laan en Rien Robijns, Het Vrije Volk
Begin jaren zeventig ontvangt ’een hooggeplaatste Nederlander’ tonnen van de vliegtuigbouwer Lockheed, blijkt uit hoorzittingen over de smeergeldaffaire in de Amerikaanse senaat. In Het Vrije Volk onthullen Laan (later nog hoofdredacteur van deze krant) en Robijns dat die Nederlander prins Bernhard is. Het kabinet stelt een onderzoek in, koningin Juliana dreigt met aftreden, en Laan en Robijns winnen enkele jaren later de Prijs voor de Dagbladjournalistiek, als een der eerste onderzoeksjournalisten.

1978Het Nollen-syndicaat, Rudie van Meurs, Vrij Nederland
Zakenman Adrianus Nollen was oprichter en directeur van een katholieke stichting die met gemeenschapsgeld verstandelijk gehandicapten opving, maar verdiende miljoenen met bedrijven die aan zijn tehuizen diensten leverden. Nollen werd beschermd door een netwerk van bevriende politici, door VN ’het Nollensyndicaat’ gedoopt. De lange serie onthullingen markeert de hoogtijdagen van Vrij Nederland in de jaren zeventig.

1991De GKB-affaire, Gerrit Fokkema en John Geijp, Nieuwsblad van het Noorden
De directeur van de gemeentelijke Groningse Kredietbank (GKB) bleek voor 120 miljoen gulden aan discutabele kredieten verstrekt te hebben voor onder meer de bouw van recreatieparken. Het kwam de gemeente Groningen op een strop van bijna 60 miljoen gulden te staan. De affaire leidde tot het vertrek van de PvdA-wethouders Ypke Gietema en Piet Huisman. Bankdirecteur Ketelaar ging na een lange rechtsgang vrijuit. Hij bleek met de kredietverstrekking binnen zijn ruime bevoegdheden te zijn gebleven.

1994Operatie Delta, IRT-affaire, Bart Middelburg en Kurt van Es, Het Parool
Eind jaren tachtig moest het Interregionaal Rechercheteam (IRT) het antwoord zijn op de georganiseerde misdaad van bijvoorbeeld de drugsbende rond Klaas Bruinsma. Het eliteteam importeerde zelf voor tonnen aan hasj. Het dubieuze onderzoek werd een fiasco, dat leidde tot een parlementaire enquête en de val van twee ministers. Middelburg en Van Es groeven zich in en schreven een verbijsterend boek.

1997Dossier schoolprestaties, Marjan Agerbeek, Trouw
Hoe goed is de school waar mijn kind naartoe gaat? Die school is zo goed als het aantal kinderen dat slaagt voor zijn examen, en hun cijfers. Trouw vroeg het ministerie van Onderwijs om gegevens van alle middelbare scholen in Nederland, en kreeg die uiteindelijk via de rechter. Het nu jaarlijkse onderzoek is een van de eerste voorbeelden van wat ’datajournalistiek’ is gaan heten.

1981De pont van kwart over zeven, Elma Verhey en Gerard van Westerloo, Vrij Nederland
Wie zitten er op de pont over het IJ in Amsterdam, de pont van kwart over zeven ’s ochtends? De kleurenbijlage die VN vulde met de portretten van alle overstekers bevatte geen onthullingen, maar werd klassiek als het voorbeeld bij uitstek van de breed uitgewerkte reportage. Een portret van de samenleving op een herfstdag begin jaren tachtig.

1995De Emmer bestuurscrisis, Philip Brouwer, Nieuwsblad van het Noorden
Topambtenaren van de gemeente Emmen die hun macht misbruiken om zichzelf te verrijken. Die lagere ambtenaren intimideren of wegpesten. De onthullingen van Brouwer in Nieuwsblad van het Noorden over de Emmer affaire kostten B en W en de gemeentesecre-
taris de kop, en leverden Brouwer de Prijs voor de Nederlandse Dagbladjournalistiek op.

2001De bouwfraude, Oscar van der Kroon, Zembla
Bouwbedrijven maken illegale prijsafspraken om miljoenen extra te verdienen aan opdrachten van de overheid, onthult tv-programma Zembla in 2001. Bron is voormalig directeur Ad Bos van het Groningse bouwbedrijf Koop Tjuchem. Hij laat de schaduwboekhouding zien en wordt daarmee de eerste grote klokkenluider in de journalistiek. De rel leidt tot een parlementaire enquête, en het aftreden van een minister.

2009De Prooi, over de ondergang van ABN Amro, Jeroen Smit
In 2007 werd ABN Amro, boegbeeld van het Nederlands bankwezen, verkocht aan Belgische, Schotse en Spaanse banken. Financieel journalist Smit, nu hoogleraar in Groningen, nam een jaar de tijd om 133 hoofdrolspelers te spreken die betrokken waren bij de ondergang van ABN Amro. In zijn boek citeert Smit niemand. Het verhaal vertelt zichzelf, als een roman.

2010Seksueel misbruik in de katholieke kerk, Robert Chesal en Joep Dohmen, Wereldomroep en NRC Handelsblad
Uit het buitenland (Ierland, de VS, Duitsland) waren de verhalen al bekend, maar dat ook in Nederland duizenden kinderen in katholieke instellingen zijn misbruikt, was nieuw. In een serie artikelen publiceerden Dohmen en Chesal talrijke getuigenissen van slachtoffers die eindelijk hun hart durfden te luchten. De journalisten wonnen er drie verschillende prijzen mee.

bron: Dagblad van het Noorden

Tags:

Nog geen reacties.

Reageer