‘Ik zal het papier missen, de geur van inkt’

Jeroen Smit studeerde in 1986 af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nu is hij terug in zijn oude studentenstad, als hoogleraar journalistiek.

Bron: Dagblad van het Noorden
Door: Esther van der Meer

Scriptie

“De titel van mijn scriptie luidde: ’Hoe lang blijft papier de belangrijkste drager van informatie?’ In tegenstelling tot wat je nu zou denken, ging dat niet over kranten. Ik deed bedrijfskunde en deed mijn afstudeeronderzoek bij Buhrmann Tetterode, een papiergroothandel en bedrijf in drukmachines. Het was midden jaren tachtig en je zag overal de eerste computers verschijnen. De vraag van het bedrijf was simpel: als alles straks op het scherm verschijnt, moet je dan nog afdrukken? Ik weet niet meer pre- cies wat het antwoord was, maar ik denk dat ik ge- matigd optimistisch was over papier. Als je het me nu vraagt, zeg ik: nog tien, vijftien jaar en de papie- ren krant is verdwenen. Het is niet meer van deze tijd dat elke dag honderden vrachtwagens en brom- mertjes door het land rijden om dode bomen door brievenbussen te gooien. Ik ben een echte krantenle- zer, ik zal het papier missen, de geur van inkt, maar het is een logische ontwikkeling.”

Verhalenverteller

“Het bedrijfsleven lag me niet. Ik besloot mijn passie te volgen: ik wilde schrijven. Een vriendje van mij werkte bij Het Financieele Dagblad, een ander bij Vrij Nederland. Door hun verhalen leek de journalistiek me wel wat. Ik deed een cursus journalistiek schrij- ven voor academici, twaalf avonden ruiken aan het vak. Ik mocht aan de slag bij het FD en heb me sindsdien nooit meer een dag verveeld. Ik leerde daar dat wat je opschrijft moet kloppen. Later, bij het Algemeen Dagblad, leerde ik dat er ook nog zoiets was als een lezer, die niet alleen feiten wil maar ook een mooi artikel. Bij FEM heb ik dat geprobeerd te combineren. Toen ik daar wegging als hoofdredac- teur heb ik onder alle computers een spreuk geplakt, geleend van Rinus Ferdinandusse: ’Is de lezer nog geïnteresseerd?’ Ik vind dat je je daar constant van moet vergewissen. Anders word je nooit een goed verhalenverteller.”

Ongrijpbaar

“Uitspraken als dat er geen journalisten meer nodig zijn, dat iedereen alleen nog maar op Facebook kijkt, dat we allemaal burgerjournalist zijn, daar geloof ik helemaal niks van. De bedreiging van ons vak is minimaal. Facebook is een groot café waar je het met elkaar over van alles hebt, maar dat vervangt niet die diepe behoefte grip te krijgen op een ongrijpbare, ingewikkelde wereld. Ik denk dat journalisten die orde kunnen scheppen in de chaos, die duiding bie- den, die alle informatie die op ons afkomt wikken en wegen, in de toekomst meer nodig zijn dan ooit.”

Mercedes

“Ik ben een optimist. Om met SER-voorzitter Alexan- der Rinnooy Kan te spreken: er zit ook niets anders op, het is een morele plicht. We leven in een onge- looflijk interessante tijd. Er zijn 3,5 miljoen mensen die nu nog elke dag een krant in de bus krijgen, die bereid zijn om daarvoor te betalen. Hoe je die bereid- heid in stand houdt in het digitale tijdperk, is een kunst. Maar ik zie mogelijkheden, veel mogelijkhe- den. Ik kan me voorstellen dat je gaat werken met verschillende abonnementen: dat een abonnee een basisprijs betaalt, met daarbovenop een hoger bedrag voor extra’s. Of dat je juist minder betaalt als je meer informatie over jezelf verstrekt. Dan heb je goud in handen voor adverteerders. Je kunt het zo fijn af- stemmen dat een abonnee die eens in de vier jaar een Mercedes koopt, bij wijze van spreken in de week dat hij daarover nadenkt, van Mercedes een interessante aanbieding krijgt. Sterker nog: misschien krijgt die abonnee dat wel gepresenteerd als zijn belangrijkste nieuws van de dag.”

Moed

“Een persbericht uit de mailbox trekken, een tele- foontje doen en een bericht tikken kan niet meer in de betaalde journalistiek. Het nieuws is nu nog heel snel, de amusementswaarde ligt hoog. Ik vind dat kranten de moed moeten hebben om voor duiding te gaan. We springen nu te veel van gebeurtenis naar gebeurtenis. De ene week staat de krant bol van Mauro, maar ik heb nog nergens gelezen hoeveel Mauro’s er in Nederland zijn. Zoek dat nou eens goed uit. De week daarna gaat het over Ajax. Toch heb ik nog nergens een écht goed portret gezien van Cruijff, van wat hem drijft. Ik las laatst in één van de kran- ten dat de pensioenfondsen verzuimd hebben om ons goed voor te lichten over de risico’s van beleggin- gen. Je kunt ook naar jezelf kijken en je afvragen:

Waakhond

“Een goed functionerende democratie vraagt om weerbare burgers. Een weerbare burger is een goed geïnformeerde burger. Het is onze taak om die bur- gers zo goed mogelijk van informatie te voorzien, in die zin zijn we een waakhond van de democratie. Daarom is het ook van belang dat we bij raadsverga- deringen zitten. Dat is niet gemakkelijk om te doen in een tijd van bezuinigingen, dat snap ik, maar het is wel de plek waar dingen besloten worden die men- sen rechtstreeks aangaan. Daar liggen misschien mogelijkheden van samenwerking voor regionale kranten en omroepen.”

Toekomst

“De journalistiek van de toekomst vraagt, denk ik, om experts en ondernemers. In een tijd waarin je niet meer automatisch terecht komt op een grote redac- tie, moet je zelf creatief zijn. In een wereld waarin print, beeld en geluid geïntegreerd zijn, heb je geen kranten-, radio- of televisiejournalisten meer, maar specialisten op één onderwerp: sport, onderwijs. Zij moeten over dat onderwerp allerlei mediumtypen bedienen, meewerken aan een documentaire, een dagvoorzitterschap doen, een boek schrijven. Wat je als studie journalistiek dan ook moet doen is: men- sen opleiden tot goede verhalenvertellers.”

Bron: Dagblad van het Noorden

Nog geen reacties.

Reageer