Interview Broerstraat 5:
‘Leer studenten omgaan met succes’

broerstraat5_2009_3

Artikel verschenen in RUG Alumni Magazine Broerstraat 5
klik om de PDF versie te downloaden

Jeroen Smit, journalist, auteur en Alumnus van het jaar, vindt dat economen zich meer in de psychologie van de mens moeten verdiepen. Dat commissarissen zich actief met de onderlinge verhoudingen binnen hun bestuur moeten bemoeien. En dat studenten alvast weerbaar tegen hun eigen latere succes moeten worden gemaakt. Alleen zo kunnen debacles als de ondergang van ABN Amro voorkomen worden.

Iederéén is wel hebzuchtig!’ Jeroen Smit zegt het non- chalant, hij presenteert het als een feit. Over de publieke verontwaardiging over topsalarissen en bonussen haalt hij dan ook zijn schouders op. ‘Er zijn heel weinig mensen die, als ze 1,3 miljoen krijgen aangeboden, 1 miljoen aan het Rode Kruis geven.’ Smits oren klapperen niet langer van zulke bedragen. Voor zijn boek De Prooi sprak hij een groot deel van de ABN-top, mensen die hun privévermogen fors vermeerderden door de verkoop van de bank.

Gerrit Zalm

In De Prooi beschrijft Smit minutieus hoe menselijk onvermogen en onbegrensde hoogmoed een instituut als ABN Amro ten val konden brengen. Dát, en niet gebrek aan intelligentie of financieel inzicht, werd de bank fataal. En juist voor dat menselijke aspect is in de journalistiek te weinig aandacht, meent Smit. ‘Journalisten wagen zich er niet aan. Omdat het veel tijd kost en niet altijd wat oplevert. Of omdat het als minderwaardig wordt gezien. Maar waarom heb ik nog niets gelezen over hoe Gerrit Zalm benoemd is als de nieuwe ABN-topman? Een functie die hij kreeg van zijn opvolger Wouter Bos, die als staatssecretaris al nauw met hem had samengewerkt? Wanneer heeft hij gebeld, hoe laat, hoe ging dat gesprek? En wat zei Zalm vervolgens tegen Dick Scheringa, zijn baas bij DSB? Wat speelt daar allemaal?’ Het zijn ménsen die banken besturen en dus ook ménsen die fouten maken, vindt Smit. Het is dus onverstandig om je neus op te halen voor verhalen over wíe die mensen zijn en hoe ze zich tot elkaar verhouden.

Commissarissen bij banken moeten zich daar van Smit ook veel meer in verdiepen. ‘Meestal kijken ze vooral of de cijfers kloppen. Als het bestuur van de bank van ruzie aan elkaar hangt, zoals bij ABN Amro het geval was, bemoeien ze zich er niet mee. Terwijl het voor de toekomst van de bank toch echt beter was geweest, als ze wel ingegrepen hadden. Dat Wilco Jiskoot, de tweede man van ABN, jarenlang doorging met iets waar topman Rijkman Groenink pertinent tegen was, is echt onvoorstelbaar. Daar is de Raad van Commissarissen verantwoordelijk voor. Commissarissen moeten actiever personeelsbeleid voeren, op tijd de juiste mensen benoemen en ze vooral ook op tijd ontslaan.’

Afgunst

Die blinde vlek voor de invloed van menselijk handelen bestaat volgens Smit ook in de wetenschap. ‘De economie gaat er nog altijd vanuit dat een mens een homo economi- cus is, dat de mens altijd handelt op de meest verstandige wijze. Dat is vaak niet zo. Ik lees nu Animal Spirits van Robert Shiller en George Akerlof en daarin staat een mooi voorbeeld. Stel, je ligt op het strand en je hebt zin in je favoriete biertje. Iemand in je gezelschap biedt aan om er een voor je te halen bij het vijfsterrenrestaurant vlakbij en hij vraagt hoeveel je maximaal wilt betalen. Waarschijnlijk is dat een ander bedrag, dan wanneer hij had gezegd dat hij naar een supermarkt zou gaan. Het gaat om hetzelfde biertje, de meeste economen gaan er daarom vanuit dat je een vaststaande prijs in je hoofd hebt. Maar vanwege het principe van fairness, dat vaak buiten beschouwing wordt gelaten, werkt het toch anders. Mensen willen niet te veel voor iets betalen.’

Dat begrip speelt volgens Smit ook een grote rol in de discussie over topsalarissen. Smit: ‘Ik geloof echt dat de wet die voorschrijft dat salarissen van topmensen open- baar moeten zijn veel kwaad heeft gedaan. Als je directeur van een ziekenhuis bent en zes ton per jaar verdient, kun je daar prima van leven. Maar als je dan hoort dat de buur- man, die een kleiner ziekenhuis bestuurt, acht ton verdient, dan is het opeens niet meer genoeg. Dan gaat afgunst een rol spelen.’

Ja en amen

Aan dit soort mechanismes zijn ook mensen als oud-Aholdbaas Cees van der Hoeven, waarover Smit eerder een boek schreef, ten prooi gevallen. Smit weigert hen daarom te betitelen als ‘boeven’. ‘Dat zijn voor mij mensen die willens en wetens geld stelen. Dit zijn alleen mensen die iets deden wat niet mocht.’

Dat kwam, denkt Smit, omdat ze dachten dat voor hen andere regels golden. ‘Ze konden zichzelf niet meer relativeren. Ze waren succesvol en zijn vervolgens opgestegen, niemand had meer invloed op ze. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Rijkman Groenink van ABN Amro. Zulke mensen verzamelen mensen om zich heen die ja en amen zeggen. Kritische geluiden horen ze niet en daarom hebben ze niet langer de beste informatie beschikbaar om goede besluiten te nemen.’

Ook dat is doodnormaal menselijk gedrag, vindt Smit. Maar wel gedrag dat voorkomen kan worden. ‘Ik zou het een goed idee vinden als de bedrijfskunde- en economie-opleidingen in Groningen een vak aanboden waarin studenten leren omgaan met hun eigen succes. Dat moet je dan vanzelfsprekend ‘leiderschap’ of iets anders aan- sprekends noemen, maar in wezen komt het erop neer dat studenten leren om straks in het bedrijfsleven, ondanks hun eventuele succes, met beide benen op de grond te blijven. Het mooiste zou natuurlijk zijn als een Groenink of Van der Hoeven dat college gaan geven: ‘Dit en dit heb ik allemaal goed gedaan, maar hier ben ik mijn grip verloren.’ Bij de meeste toehoorders zal misschien weinig van die lessen blijven hangen, ze staan tenslotte aan het begin van hun carrière, maar bij een paar zal het een duurzaam effect hebben, zodat ze het zich na tien jaar nog herinneren – en toepassen.’

Emotioneel

Smit realiseert zich dat hij zelf ook kwetsbaar is voor zulke grootheidswaanzin. ‘Natuurlijk, er zijn 175.000 exemplaren van mijn boek verkocht, ik moet op mijn tellen passen. Ja, ik kan leven van het boek en de spin-off, zoals dagvoorzitterschappen. Maar ik heb het boek niet primair voor het geld geschreven. Ik werd in april 2007 gedreven door verbazing: hoe kan het bestuur van zo’n belangrijk Nederlands gezichtbepalend bedrijf de regie over de toekomst kwijt- raken? Door de kredietcrisis heeft de interesse in het bankwezen een enorme vaart genomen en dat heeft de verkoop van mijn boek ook goed gedaan. Maar voor hetzelfde geld had het onderzoek nergens toe geleid en dan was ik wél al die tijd kwijt geweest. Je moet het dus echt vooral leuk vinden om te doen.’

Nu had Smit het geluk dat de meeste mensen die hij interviewde zijn naam al kenden vanwege zijn vorige boek Het drama Ahold. ‘Mensen wisten daardoor wat voor soort onderzoek ik deed en waren daarom bereid mee te werken. Ze wisten dat ik niet direct zou citeren en niet zou vertellen met wie ik gesproken heb. Sommige mensen wilden echt heel graag hun verhaal kwijt, omdat ze erg emotioneel waren over wat er met ABN Amro is gebeurd. Zo kon ik langzaam- aan zien wat de gemene deler van hun verhalen was.’

Dat Smit zijn eigen succes inderdaad nog kan relativeren, blijkt uit zijn reactie op het feit dat hij is uitgeroepen tot Alumnus van het Jaar, een titel die dit jaar in het leven is geroepen. ‘Toen ik hoorde dat ik het was geworden, was ik natuurlijk enorm gevleid. Maar ik dacht ook meteen: Wat doe ik nou helemaal, dat ik zo’n prijs verdien? Dat is toch meer iets voor iemand die levens redt?’

Bron: Broerstraat 5

Tekst: Franka Hummels

Nog geen reacties.

Reageer