Vindicat staat voor vriendschap, eer en beschaving

Vindicat atque Polit is ooit opgericht om de studenteneer te handhaven en ontgroeningen te beschaven. Wat is nog de waarde van het corps?

door: Maaike Borst | bron: Dagblad van het Noorden

Handhaaft en Beschaaft’: de vertaling van de naam Vindicat atque Polit staat na deze week in een vreemd daglicht. Handhaaft? Een studentis tijdens de ontgroening mishandeld met hersenletsel tot gevolg. Beschaaft? Mannelijke studenten verspreiden een lijst met af te vinken ‘hete herten’.

De naam is natuurlijk zo oud als de vereniging zelf. Vindicat is opgericht in 1815, een tijd waarin het zaak was de studenteneer te handhaven – het jaar daarvoor waren twee studenten beschoten door een burger – en de ontgroeningsrituelen te beschaven. Omdat studentenverenigingen tot1815 waren verboden ging ontgroenen ondergronds.

De studenten, vierhonderd jongemannen, trokken zich terug in hun eigenbolwerk; sociëteit Mutua Fides (‘wederzijds vertrouwen’) in een herberg aan de Grote Markt. Tweehonderd jaar later is Mutua Fides al acht keer verhuisd en zitten tweeduizend Vindicaters, waar sinds 1970 ook de vrouwen van Magna Pete bij zijn aangesloten, in een splinternieuwe sociëteit waar de wc’s bij oplevering al ingebouwde kotsbakken hadden.

Vindicat heeft een reputatie. Incidenten waar de burgerij schande van spreekt zijn ook al zo oud als de vereniging. Verhalen over Vindicaters die gloeiend hete muntjes wierpen naar de arme burgers op straat en over piano’s die van het balkon werden gegooid, gaan nog altijd rond.

Vooral de ontgroeningen zijn een terugkerende bron van verontwaardiging, met als dieptepunt de dood van de Rotterdamse student Reinout Pfeiffer in 1997. Hij moest een liter jenever drinken om zich te bewijzen als nieuwe bewoner van een Vindicathuis.

Toch noemen oud-leden juist die ontgroening – of de introductietijd zoals Vindicat het liever noemt – als ze spreken over de waarde van het corps. Bij het collectief ondergaan van vernederingen groeien vriendschappen voor hetleven. De netwerken die Vindicat bouwt zijn voor veel studenten de grote aantrekkingskracht. Daarvoor laten ze zich vrijwillig tien dagen lang kleineren en ondertekenen een contract dat ze daarover nooit iets naar buiten brengen.

Het studentencorps staat bol van de rituelen en tradities om de onderlinge band te bestendigen. Hetis een wereld op zichzelf. Vindicat heeft zijn eigen taal: leden van studentenvereniging Albertus heten‘knorren’, een rekening een ‘beer’, een vrouw een ‘hert’. Vindicat heeft zijn eigen – nu fel bekritiseerde – rechtssysteem. Vindicat heeftliederen, sportverenigingen, huizen. Mutua Fides heeft een eigen geur: die van bier, zweet en urine.

Die corpshuizen, er zijn er 180 in de stad, dragen namen als De Jeneverhut van Oom Toom, Villa Vislucht, Hammer House of Hunks, Beerput en de Vliegende Schotel. In een van die huizen, Huize Tabu, zou de ‘bangalijst’ zijn opgesteld van 22 nieuwe vrouwelijke leden. Met als meest schokkende tekst: ‘moge de gore wijven met hun kut over een kanon worden getrokken’.

Het zijn excessen, stelt het bestuur van Vindicat elke keer als dit soort verhalen uit het bolwerk glippen. Zo zijn onze normen en waarden niet. Dat is misschien waar, maar de buitenwereld kan het niet controleren. Die staart zich blind op de ondoorzichtige ramen van de nieuwe sociëteit. Het verhaal gaat dat de bekende Groningse PvdA-wethouder Ypke Gietema vanuit het stadhuis geregeld verklaarde ‘er alles aan te willen doen om die corpsballen aan de overkant weg te krijgen’. Dat is hem niet gelukt. De invloed van Vindicat reikt met de vele prominente oudleden ver. Als de stad een nieuwe oostwand bouwt, is Mutua Fides het eerste gebouw dat staat.

Vindicat handhaaft zich. Of de vereniging zich ook beschaaft, is nu de grote vraag.

Theatermaker Miranda Bolhuis

screen-shot-2016-10-04-at-21-09-33Het is ingewikkeld, antwoordt oud Vindicatlid Miranda Bolhuis (46) op de vraag hoe ze over de perikelen bij de studentenvereniging denkt. Natuurlijk, mishandeling mag absoluut niet. „Het bestuur van Vindicat had het voorval direct moeten afkeuren en moeten aandringen op aangifte. Dat mensen zich blijkbaar niet veilig genoeg voelen om dat te doen, betekent dat er iets mis is.” Daarentegen noemt ze de commotie rond de bangalijst overdreven. „Dat blaadje, De Oprechte Vindicater, bestaat al sinds de jaren zeventig. Het is niet bedoeld om mensen te schaden. Dat dat nu toch gebeurt, is natuurlijk wel heel vervelend.” Ze stond er zelf eens in, herinnert ze zich. „Ik had verkering met iemand van de sociëteitscommissie, dan krijg je dat.” Seksistisch? „Nou, wij vrouwen kwamen wel met een antwoord hoor. Het was voor de mannen zeker zo schadelijk als voor ons.” Het verbieden van ontgroeningen, zoals de universiteit wil, is volgens de theatermaker geen goed idee. „Transparantie is belangrijk, dat voorkomt dat het uit de hand loopt.” De ontgroening op zich vindt ze een mooi iets. „Ik heb goede herinneringen aan Vindicat, óók aan mijn introductietijd. Ik heb er veel geleerd. En de vrouwen in mijn jaarclub zijn vrienden voor het leven gebleken.”

Journalist Jeroen Smit

screen-shot-2016-10-04-at-21-09-57Zijn introductie bij Vindicat was een onwaarschijnlijk indrukwekkende belevenis, vertelt de 53-jarige journalist Jeroen Smit. „Ik werd lid in 1981. Ik was achttien, woonde net op zo’n kamertje en had een enorme behoefte aan gezelschap.” Zijn ontgroening was heftig maar wel positief. „We hadden een kamp en moesten de hei schoonmaken. Hard werken, weinig slapen. Er werd gescholden. Afzien was het. Maar ik was er wel aldoor van doordrongen dat het een spel was.” De beloning aan het eind maakte alles goed, aldus Smit. „Ineens hoorde ik erbij. Dat was heel bijzonder. Mijn beste vriendschappen komen uit die tijd. Vindicat werd ons nieuwe thuis.” Excessen maakte Smit niet mee, maar hij begrijpt wel dat ze kunnen ontstaan. „Als ouderejaars kun je je erin verliezen. Zeker als er alcohol in het spel is.” En niet alleen bij Vindicat, benadrukt Smit. „Vindicat is nu de gebeten hond, maar bij veel verenigingen gaat het net zo.” Smit pleit voor meer transparantie. „Geweld moet worden afgekeurd. Ontgroeningen geheel verbieden is raar en niet nodig. Ik schrok trouwens wel van de zwijgplicht en die boete. Mensen hebben de ruimte nodig om erover te praten, erover te twitteren. Je zult zien dat die openheid direct een positief effect heeft.”

bron: Dagblad van het Noorden

Nog geen reacties.

Reageer