Volkskrant: Wij zijn net zo erg

Een cabaretier en een financieel journalist op de planken: Hans Sibbel en Jeroen Smit gaan het koopmonster temmen. U dus. En dat interactief.

Artikel door Paul Onkenhout
Bron: Volkskrant (blendle)

Alsof de samenwerking van de financiële journalist en de cabaretier niet al ongewoon genoeg is, is er ook nog die poster. Gekleed als dompteurs in het circus gaan Jeroen Smit (54) en Hans Sibbel (58) de strijd aan met een rook spuwende, kolossale draak met lange, scherpe tanden.

Ze hebben een zweep paraat. Om de hals van de draak hangt een bordje: ‘Economie’. De poster prijst een theatervoorstelling aan van het duo, Op weg naar Bruto Nationaal Geluk. Zaterdag is de eerste voorstelling in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Sibbel: ‘We zijn de economie aan het temmen.’
Smit: ‘Het monster van de economie dat ons voortdurend belaagt met perverse prikkels.’

Daarmee is de toon gezet. Hun ambities zijn groot. ‘De economie heeft ons in een ijzeren greep genomen. Dat moet stoppen. We willen dat mensen op een andere manier naar de economie gaan kijken en hun gedrag aanpassen.’

Sibbel en Smit leerden elkaar kennen via een wederzijdse vriend, Gerrit Blom. In 2014 hadden hun paden elkaar al gekruist. Sibbel was de beoogde presentator van een tv-programma over economie, EZ, toen bij hem een ernstige auto-immuunziekte werd geconstateerd. Smit nam het van hem over.

Smit is de bedrijfskundige die succes had met boeken over Ahold en ABN Amro en als journalist voor Het Financieele Dagblad, het AD en FEM/De Week schreef, Sibbel de cabaretier die als Lebbis doorbrak aan de zijde van Dolf Jansen en daarna twaalf solovoorstellingen maakte.

Dat Sibbel ook economie studeerde, wordt op zijn cv zelden gemeld. Acht jaar deed hij over de studie. ‘Dat mocht toen nog. Ik moest er in mijn tijd heel veel bij drinken, zeg ik altijd maar.’

Smit speldt zichzelf het etiket ‘progressief liberaal’ op, Sibbel noemt zichzelf links, ‘of eigenlijk linksig.’ Het idee voor Bruto Nationaal Geluk ontstond tijdens een etentje bij hun vriend Blom. Ze bleken hun ergernis over onze obsessie met geld te delen en bedachten een tv-programma. Na een koele reactie van de Vara besloten ze het theater in te gaan.

Smit: ‘Ik werd er totaal door overvallen. Na een paar gesprekken vroeg Hans of we het zouden gaan doen. Ik gaf hem een hand en een week later belde hij al. Ik moest mijn agenda er even bij pakken. Noteer even. Den Haag, Maastricht, Groningen. Wat? Dat meen je niet!’

Sibbel: ‘Jeroen is nogal nerveus.’

Tot nu toe staan twaalf voorstellingen gepland. Een experiment, noemen ze het. De voorstelling is interactief, met publiek dat met gebruik van Buzzmaster op smartphones persoonlijke vragen over geldkwesties beantwoordt. De resultaten worden getoond op een groot scherm en door Sibbel en Smit besproken.

Jij bepaalt wat je je hol in sleept, niet de supermarkt met zijn aanbiedingen.

Smit: ‘Wij beweren straks in het theater dat we ons moeten ontworstelen aan de greep van de economie. Ze moeten het zelf oplossen en hun gedrag veranderen. Dus ouderwets top-down een verhaal over mensen uitstorten, dat kan niet.’

Wat waren uw gedachten over de linkse Vara-cabaretier Sibbel?

Smit: ‘Linkse Vara-cabaretier?’ Sibbel: ‘Kauw daar maar even op.’

Smit: ‘Zo heb ik hem nooit gepercipieerd. Over veel dingen zijn we het eens. En ik moet vaak om hem lachen. Ik probeer me voor te bereiden op zijn scherpte en snelheid in het theater. Dat is voor mij niet weggelegd, ik ben gewoon een journalist.’

De centrale vraag van hun voorstelling is volgens Smit hoe het kan dat wij, consumenten, tegenwoordig ‘de godganse dag met economie bezig zijn. Met geld. We vragen ons voortdurend af of we wel genoeg geld hebben. Eet ik wel goed genoeg? Wat is de waarde van mijn huis? Hoe zit het met mijn pensioen? Is de spaarrente nou alweer gezakt?’

Sibbel: ‘We zaten ons daar enorm over op te winden. We kopen ons ziek aan de meest onzinnige shit uit China, maar over de gevolgen wordt nauwelijks nagedacht.’

Hij onderbreekt zijn woordenstroom even – dat is uitzonderlijk – en loopt naar een kast om een plastic hoesje te pakken. Het is een dvd van de film Soof 2.

‘Die dvd werd me gratis aangeboden bij Gall & Gall. Ik nam hem mee, maar ik ga er niet naar kijken, dat weet ik nu al. Wéér een stuk plastic in de kast, omdat het gratis is! Het is troep en we kunnen er geen weerstand aan bieden.’

Het valt onder wat ze ‘de ziekte van het shoppen’ noemen. Smit: ‘Volgens economen heeft het vooral met verveling te maken. En met angst voor slechtere tijden. Dus neem je die dvd toch mee. Dan heb je tenminste nog wat, als het misgaat.’

Sibbel: ‘Dat is ook de reden dat het nu altijd maar over pensioenen en sparen en koopkracht lijkt te gaan. Het verlangen naar zekerheid heeft ons ingekapseld. Toen ik na mijn studie ging werken en mijn eerste salaris kreeg, dacht ik: heerlijk, nu kan ik elk jaar op wintersportvakantie. Maar trek dat eens door. Is dat een reden om voor te werken en voor te leven?’

Hij begint te fulmineren tegen de ‘Hamsterweken’ van Albert Heijn. ‘Ja, laten we zo veel mogelijk in huis halen. Lekker nog meer vreten. Er gebeurt iets in ons hoofd waardoor we een amorele beslissing nemen. Meer, meer, meer!’

Totdat alles op is?

Smit: ‘De economie ziet de wereld als een commodity; als iets wat onuitputtelijk is. Maar langzamerhand groeit het besef dat deze leefwijze niet houdbaar is. De miljard rijkste mensen consumeren nu al meer dan de aarde aan kan, heel grof gezegd. En er zijn nog zes miljard mensen die net zo graag willen consumeren als wij nu doen. Dat is niet houdbaar.’

Sibbel: ‘Hoe gaan we dat nou oplossen? Wat betekent het voor mij? Die vragen stellen we.’

Smit: ‘Luister naar dat stemmetje. In ons allemaal zit dat morele kompas, daar ben ik van overtuigd. Iedereen weet dat je beter biologische kipfilet kunt kopen. Er staat iets op het spel. Het gaat over dierenleed, het milieu, het klimaat. Dat voelen steeds meer mensen.’

Sibbel: ‘Stop ermee. En als je dat eenmaal doet, geeft het ook nog eens een goed gevoel. Want je hebt de controle terug. Jij bepaalt wat je je hol in sleept, niet de supermarkt. Onze stelling is dat als het ergens kan, het Nederland is, omdat dit zo’n vreselijk welvarend land is.’

Het is meer, meer, meer, maar gelukkiger lijken we niet.

Smit: ‘Sinds de jaren vijftig is onze economie meer dan verdubbeld en onze welvaart verdrievoudigd. Maar we zijn niet gelukkiger geworden. De basisvoorzieningen die we na de oorlog kregen, een dak boven ons hoofd, genoeg te eten, die maakten gelukkig.’

Sibbel: ‘Het geluksgevoel wordt door andere dingen bepaald.’

Smit: ‘Dat is onze boodschap. Achter die boodschap gaat iets veel groters schuil. Neem de betogingen vorige maand in Charlottesville van die racisten en antiracisten. En dan zo’n president die zegt: nou ja, ze hebben beiden schuld. In de kern laat Trump zien dat hij een projectontwikkelaar is. Een zakenman. Die redeneren zo. Het kunnen immers allebei klanten van hem zijn. Als je je volledig door de economie laat dicteren, als alles vraag en aanbod wordt, is er geen moreel kompas meer. En dan gaat het fout. Die armoede houden we de zaal voor.’

Dat is Trump, zullen mensen denken. En ik ben Trump niet.

Smit: ‘Maar wij redeneren precies hetzelfde als hij.’
Sibbel: ‘Als je altijd maar voor het geld gaat, voor winst, wordt de moraal weggelaten. Dat is een van de grote problemen.’

Waarom hebben jullie het in de voorstelling nauwelijks over de banken, symbolen van het doorgeschoten kapitalisme?

Sibbel: ‘Die mannetjes, die graaiers, doen precies hetzelfde als wat de mensen in de zaal doen. Dat leg ik ze ook voor. Jullie zijn net zo erg.’

Smit: ‘O ja, het zijn die bankiers, zouden mensen zeggen. Het is het systeem, we worden genaaid. Dat willen we juist niet. Kies voor een andere bank als je zo boos bent. Maar zo werkt het niet. De woede op banken heeft maar weinig mensen gestimuleerd om over te stappen. Zo blijft het systeem in stand. Omdat we geen stappen nemen. De bottomline is ons gedrag. Dat moet veranderen.’

Sibbel: ‘Zo’n bankman is ook maar een gewone burger. Wat al helpt is dat over dit soort zaken steeds meer wordt gepraat. Dat zet iets in gang. Er is betere kipfilet verkrijgbaar en er wordt minder gerookt en we gebruiken veel minder plastic zakjes. Wij proberen een klein duwtje te geven. The times they are a-changin’.’

Zijn jullie het over alles eens?

Smit: ‘Hans is militanter dan ik. Hij wil dingen verbieden. Ik niet. Mensen moeten zelf kiezen.’

Sibbel: ‘Ik ben voor meer regels. Ooit werd bedacht dat het beter was om riemen te dragen in de auto. Vond iedereen in het begin klote. Nu doen we het braaf. We hebben wat regels nodig. Bijvoorbeeld: een beest mag niet eerst worden gemarteld voordat het wordt opgegeten. Gewoon regels maken.’

Smit: ‘Sommige regels werken goed, maar in zijn algemeenheid moet je oppassen dat je niet te elitair wordt. Er zijn ook mensen die scharrelvlees niet kunnen betalen.’

Sibbel: ‘Als iemand je een nieuwe Apple-computer aanbiedt voor 100 euro, weet je: dat stinkt. Maar een kilo varkensvlees voor 7 euro is oké? Je wéét dat het niet klopt. Het stinkt. Waarom moet het goedkoop zijn? Stop ermee. Ja, wij kunnen het ons veroorloven, maar dat maakt onze mening niet minder waardevol. Iemand moet het zeggen.’

Smit: ‘Ik heb steeds hetzelfde beeld in mijn hoofd. We hebben ons eeuwenlang laten leiden door goden, en later door één god, en toen mocht de overheid het overnemen. En sinds de val van de Muur hebben we ons laten leiden door de markt. We hebben ons altijd laten leiden door iets wat van boven kwam. Nu is het moment aangebroken, voor het eerst in de evolutie, dat we… Het klinkt zwaar hè.’


Eet ik wel goed genoeg? Wat is de waarde van mijn huis? Hoe zit het met mijn pensioen?

Sibbel: ‘Helemaal niet.’

Smit: ‘We gaan niet terug de kerk in en we gaan de overheid niet opnieuw heel belangrijk maken. Maar we weten inmiddels wel dat de markt het niet voor ons regelt. De volgende stap moeten we zelf zetten.’

Stop met bezitten, deel!

Vijf praktische tips van Hans Sibbel en Jeroen Smit om het consumptiemonster te temmen.

  1. Word flexitariër en gooi alleen eten weg als het uit zichzelf beweegt.
  2. Stop met bezitten, ga delen. Daar word je wél gelukkig van.
  3. Vlieg maximaal één keer per jaar en neem nooit meer dan twee kinderen.
  4. Kies leiders die verbinden. De wereld hoeft geen plek van markt en strijd te zijn.
  5. Stop met kortings-, familie- en bonuskaarten. Denk nooit meer: dan ben ik een dief van mijn eigen portemonnee.

Artikel door Paul Onkenhout
Bron: Volkskrant (blendle)

Nog geen reacties.

Reageer