We moeten naar ‘duurzaam’, ‘circulair’ en ‘inclusief’; als ceo’s naar buiten treden, klinken ze als leiders die de wereld beter willen maken. Maar als het erop aan komt, gaan ze voor de winst en de beurskoers van vandaag. Ze kunnen niet anders, zeggen ze dan, zo is het systeem nu eenmaal. Dus is het de hoogste tijd om dat systeem te veranderen en in de wet vast te leggen dat de ceo een wereldverbeteraar moet zijn.

Niemand kan succesvol zijn in een wereld die faalt. Als het virus ons ergens mee helpt is het met dit besef, de wetenschap dat we maar één wereld hebben. Het lukt alleen niet die les om te zetten in daden. Zo’n 130 landen hebben nog geen vaccin gezien. António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties is er duidelijk over: „De verspreiding van vaccins is de grootste morele test voor ons allemaal, de wetenschap is succesvol maar de solidariteit schiet tekort.”

Covid-19 is nog maar een vingeroefening. Als de wereld verder opwarmt, als de biodiversiteit verder afneemt, als het gat tussen rijk en arm toeneemt … we liggen op een koers die weinig goeds belooft. Al helemaal niet voor onze kinderen. Natuurlijk ligt hier een belangrijke opdracht voor overheden. Maar het is ook volstrekt helder dat bedrijven en zeker machtige grensoverschrijdende multinationals, hun enorme kapitaal aan mensen en geld nadrukkelijk zullen moeten inzetten voor het gezond houden van de gemeenschap waaraan ze hun bestaansrecht ontlenen. Dat is uiteindelijk ook in hun eigen belang.

Hoe ziet die ‘morele test’ eruit? Hoe draagt de roerganger van een bedrijf, de chief executive officer, bij aan die zo broodnodige solidariteit? In de eerste plaats moeten de ceo’s die plannen maken voor 2035-2040 zich daarbij over veel meer ontfermen dan geld verdienen en het welzijn van volgende generaties centraal stellen. Bedrijven zullen voor de verwezenlijking ervan de krachten moeten bundelen en hun kennis moeten delen met partijen die nu vaak nog als de vijand worden gezien, zoals overheden, goededoelenorganisaties en concurrenten. Dat vraagt om wederzijds vertrouwen, vertrouwen dat alleen overeind blijft als alle partijen dezelfde doelen nastreven en transparant zijn over de behaalde resultaten. Het is de oproep van Guterres; overheden en bedrijven moeten nu niet bezig zijn met wie wat onder de streep overhoudt, maar samen alles op alles zetten om de hele wereldbevolking zo snel mogelijk te vaccineren. Van de beloning, een gezonde wereld, profiteert iedereen later.

Dat later is voor ceo’s vaak te ver weg. Daarvoor moeten ze het aan het bedrijf toevertrouwde kapitaal inzetten voor investeringen die pas op de (zeer) lange termijn gaan renderen. Een energietransitie, het circulair maken van onze economie, de verduurzaming van bijvoorbeeld zoiets als palmolieproductie en het overal kunnen betalen van leefbare inkomens; het zijn ingrijpende systeemveranderingen die veel geld en vooral tijd vergen.

Pensioenfondsen

Die tijd is de ceo niet gegund. Alle mooie woorden ten spijt, op de financiële markten regeert het snelle rendement, de korte termijn.

Dat werd twee weken geleden weer pijnlijk duidelijk. Het beursgenoteerde Paccar, de Amerikaanse eigenaar van DAF, is niet van plan de ontvangen 49 miljoen euro van de Tijdelijke Noodmaatregel voor Overbrugging Werkgelegenheid (NOW-steun) terug te geven aan de Nederlandse belastingbetaler. Het hoeft niet en is makkelijk verdiend. Ze keren wel 576 miljoen euro dividend uit aan de aandeelhouders. Die aandeelhouders hebben vaak ook de mond vol over zorgplicht voor de gemeenschap, maar peinzen er niet over Paccar te wijzen op hun falende morele kompas. De Nederlandse pensioenfondsen ABP en PFZW trekken ook niet aan de bel, dat zou slecht kunnen zijn voor de waarde van hun Paccar-aandelen en dat is niet goed voor hun dekkingsgraad met alle mogelijke gevolgen voor een korting van pensioenen.

Onze ceo’s worstelen met hun koers. Aan zes leiders (DSM, Boskalis, Unilever, Shell, ABNAmro, FrieslandCampina), werd in het televisieprogramma De Achterkant van het Gelijk gevraagd wat ze zouden doen als hun bedrijf ‘plastic’ uitvindt dat helemaal oplost zodra het in het water komt. Wie zet er een patent omheen en richt zich eerst op geld verdienen en wie vindt dat die kennis onmiddellijk en gratis met de hele wereld moet worden gedeeld om het gigantische probleem van plastic vervuiling zo snel mogelijk aan te kunnen pakken?

De kijker hoorde hun hersenen kraken; ze vonden natuurlijk allemaal dat het oplossen van dit probleem belangrijker is dan de winstgevendheid van hun bedrijf, maar die kennis zomaar weggeven, dat kan toch niet, want een investering moet renderen, misschien een verstandige prijs in rekening brengen? Ze kwamen er niet uit. Hun denken zit muurvast in spreadsheets en beurskoersgrafieken gericht op het volgende kwartaal.

De enkele moedige ceo die hier hard tegenin gaat, een force for good probeert te zijn, legt het af. Emmanuel Faber, bestuursvoorzitter van Danone, verkondigde een jaar geleden trots dat het Franse bedrijf met een consequente focus op lange termijn duurzaamheid „het standbeeld van Milton Friedman” omver had getrokken. Medio maart werd hij de laan uitgestuurd omdat ontevreden aandeelhouders vinden dat het bedrijf sneller meer winst moet maken.

Ceo’s ontsnappen niet aan de realiteit die de beroemde econoom Friedman in 1970 de wereld instuurde: als het legaal is en je kunt er geld mee verdienen, moet je het doen, anders ben je een slechte ondernemer en doet de concurrent het voor jou. Een ondernemer die vanuit een eigen moraliteit handelt, omdat hij de wereld wil verbeteren, is in de ogen van Friedman niet betrouwbaar.

Als een samenleving wil dat bedrijven zich anders gaan gedragen, dan moeten overheden de wet veranderen, vindt Friedman. Wetten bieden bedrijven bescherming tegen ‘fout’ gedrag van concurrenten.

Het begin is er. In de meeste verkiezingsprogramma’s staat de wens dat de overheid meer regie pakt, die solidariteit organiseert. Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland roepen het bedrijfsleven op verantwoordelijkheid te dragen als het gaat om het circulair maken van de economie, voor sociale cohesie te zorgen, de kwaliteit van onderwijs te verbeteren, de zorg betaalbaar te houden, etc. Die ambitie zou kunnen worden opgenomen in de nieuwe versie van de Corporate Governance Code.

Groupthink

Prachtig. En het is niet genoeg. Want alle intenties en mooie woorden in codes voor goed bestuur en gedrag ten spijt; omdat ‘de concurrent’ zich er niks van hoeft aan te trekken, is er altijd een goed excuus om dat zelf ook niet te doen. Een gedragsverandering duurt zo eindeloos, als die al tot stand wordt gebracht. Dat zien we bij de al zeker twintig jaar ook in gedragscodes beloofde, want logische, diversiteit in de top van het bedrijfsleven. Dit belangrijke medicijn tegen tunnelvisie en groupthink wordt pas genomen nu een wettelijk quotum voor vrouwen in de leiding is vastgesteld.

We moeten dus een stap verder gaan en de redenering van Friedman volgen: het speelveld verandert op het moment dat bestuurders en toezichthouders wettelijk worden verplicht ervoor te zorgen dat hun bedrijven zich over de grote vraagstukken van deze tijd ontfermen. Zo weten ceo’s (en hun aandeelhouders!) dat de inzet voor circulair, duurzaam en inclusief geen concurrerend voor- of nadeel oplevert. Iedereen moet zich daarvoor inzetten. Het wordt de nieuwe standaard. Een voorstel voor zo’n wetswijziging, gemaakt door hoogleraar Corporate Governance Jaap Winter en gedragen door 25 hoogleraren Ondernemingsrecht, ligt al enige tijd klaar.

De weerstand, eigenlijk angst, onder ceo’s en commissarissen voor zo’n wettelijke verplichting is enorm. Worden we dan niet om de haverklap voor de rechter gedaagd? Dat is toch slecht voor onze concurrentiepositie! Amerikaanse aandeelhouders zullen zich afkeren, mij de wacht aan zeggen, zodat ik helemaal geen bijdrage meer kan leveren. Bovendien vinden deze ‘leiders’ natuurlijk dat ze geen wetten nodig hebben om moreel het juiste te doen, ze kunnen heel goed zelf bedenken wat er nodig is.

Bedenken misschien wel, maar in de praktijk lopen ze nu vast. Zo’n wettelijke verankering van een brede verantwoordelijkheid legt als het ware een bodem onder een relatief veilige ontwikkeling van hun eigen morele kompas.

Ze moeten over hun schaduw heen springen, moedig zijn, deze draai maken en aan de slag gaan. Onze buren zijn er gelukkig al mee bezig, Frankrijk heeft de ‘Loi PACTE’, Duitsland heeft een soortgelijke wet klaar liggen en het Europees Parlement wil dat de Europese Commissie met een wet komt die bedrijven verplicht verantwoording af te leggen over hun bijdrage aan mensenrechten en milieu.

Zo wordt duurzaam, circulair en inclusief ondernemerschap de logische standaard. Dat is belangrijk omdat verreweg de meeste consumenten als ze de keuze hebben, nu niet extra willen betalen voor de duurzame variant. Het overgrote deel van de mensen is niet bezig met het einde van de wereld, maar met het einde van de maand. Bovendien wantrouwen ze bedrijven die zich op de borst slaan als duurzaam, die willen toch ook vooral geld verdienen aan duurzaamheid?

Natuurlijk, die duurzame standaard zal betekenen dat veel producten en diensten voor alle afnemers wat duurder zullen worden, simpelweg omdat de externe effecten zoals schade aan het klimaat opeens worden meegenomen. Omdat die prijs helpt de wereld als gemeenschap gezond te houden, profiteren we daar uiteindelijk allemaal van.

Als het goed is lopen echte leiders hierin voorop. Ze zitten hoog, kijken verder, zien wat de toekomst nodig heeft, voelen zich daar verantwoordelijk voor. Waarom zouden Nederlandse ceo’s, die naast koopman toch ook graag dominee willen zijn, niet voorop lopen? Zo kunnen ze laten zien dat ze niet langer leiden vanuit controle en wat ze kennen, maar onderzoekend en kwetsbaar sturen op wat de toekomst van hem (en gelukkig steeds meer haar) vraagt.

Trouwens: als je de wereld niet echt verbetert ben je helemaal geen leider.

bron: NRC
Illustratie: Lynne Brouwer