De Prooi

De grootste bank van Nederland,  één van de rechtsvoorgangers werd in 1824 door Koning Willem I in het leven geroepen, was lang een succesvolle bank. Sinds de fusie tussen ABN en Amro in 1990 werden grote overnames in de Verenigde Staten, Brazilië en Italië gedaan. Uiteindelijk werkten er meer dan 108.000 mensen en behoorde de bank tot de vijftien grootste financiële instituten ter wereld. ABN Amro maakte over 2006 een winst van bijna 5 miljard euro.

Maar eind oktober 2007 hield die De bank op te bestaan. Een Belgische, een Spaanse en een Schotse bank legden er samen 71 miljard euro op tafel. Nooit eerder werd zoveel geld voor een bank betaald. Nooit eerder werd zo’n grote en belangrijke bank in stukken gescheurd.

Hoe is het mogelijk dat dit voor ons land zo belangrijke en kennelijk florerend instituut niet in staat is geweest om verder richting te geven aan haar eigen toekomst? Om niet alleen leidend te zijn maar ook leidend te blijven? En waarom is het niet gelukt om met ING te fuseren? Dat had tenminste een hele grote en krachtige Nederlandse wereldspeler opgeleverd.

Op zoek naar antwoorden sprak schrijver/onderzoeker Jeroen Smit de afgelopen anderhalf jaar met vrijwel alle direct betrokkenen. In zijn boek ‘De Prooi, Blinde trots breekt ABN Amro’, reconstrueert Smit wat er is in de kern is mis gegaan bij wat zonder twijfel de ‘hofleverancier van bankiers in Nederland’ was.

Boze, verdrietige en gefrustreerde bankiers, bestuurders en adviseurs benadrukten in verreweg de meeste van die 133 gesprekken dat het management van de bank, inclusief de Raad van Commissarissen, heeft gefaald. Eigenlijk al vanaf het moment van de fusie in 1990, het startpunt voor deze reconstructie.

Al die trotse, arrogante, bankiers van ABN Amro wilden teveel en verstonden elkaar slecht. Heel lang dachten de vooral Hollandse bestuurders: een bank met zo’n geschiedenis hoeft zich geen zorgen te maken over de toekomst. Keer op keer werden belangrijke keuzes uitgesteld en belangrijke besluiten niet genomen. Toen begon door te dringen dat zelfs ABN Amro zich deze houding niet langer kon permitteren, was het te laat.

Twee pogingen om op het laatste moment min of meer veilig onderdak te vinden bij eerst ING en later Barclays mislukten vervolgens jammerlijk. Bankbestuurders en (president)-commissarissen communiceerden maandenlang zo moeizaam met elkaar dat pogingen om tot een krachtenbundeling te komen, niet van de grond kwamen.

Uiteindelijk verloor het bestuur van ABN Amro haar greep op de gang van zaken, zowel binnen als buiten de bank. ABN Amro werd een speelbal op de financiële markten. Eentje waar politici en toezichthouders uiteindelijk nauwelijks meer bij konden en ook niet meer voor wilden gaan staan. Tegen elkaar opbiedende partijen zorgden er in oktober 2007 voor dat de aandeelhouders er met een recordprijs vandoor gingen en De bank, na 183 jaar, ophield te bestaan.

Dat een stukje van de bank door het falen van het Belgische Fortis een jaar later tijdelijk in handen van de Nederlandse overheid is gekomen, is een kleine pleister op deze grote nationale wond. Nederland is zijn belangrijkste bank kwijt.
Van De prooi zijn inmiddels ruim 250.000 exemplaren verkocht. Het boek verscheen in het engels onder de titel ‘the perfect prey’.